Javascript must be enabled for the correct page display

Onderzoek naar de aard en de oorsprong der voor glasaal attractieve component(en) van het binnenwater, naar aanleiding van de dissertatie van Creutzberg (1961)

Wezeman, B. (1962) Onderzoek naar de aard en de oorsprong der voor glasaal attractieve component(en) van het binnenwater, naar aanleiding van de dissertatie van Creutzberg (1961). Master's Thesis / Essay, Biology.

[img] Text
Bio_Mal_1962_BWezeman.CV.pdf - Other
Restricted to Repository staff only

Download (1MB)
[img] Text
Ma_Biol_1962_BWezeman_Bijlage1.pdf - Other
Restricted to Repository staff only

Download (1MB)
[img] Text
Ma_Biol_1962_BWezeman_Bijlage2.pdf - Other
Restricted to Repository staff only

Download (1MB)

Abstract

Recent onderzoek naar de wijze van oriënteren van binnentrekkende glasaal heeft aangetoond, dat dit niet gebeurt met behulp van verschillen in zoutgehalte, doch dat een of andere eigenschap van het zoete binnenwater daarbij wordt gebruikt. Deze eigenschap is na filtratie over kool niet meer merkbaar. Binnenwater verliest de attractiviteit gedeeltelijk, indien het enige dagen onder doorluchting is bewaard. In directe aansluiting op bovenstaande gegevens is dit onderzoek opgezet, met het doel, meer inzicht te verkrijgen in de aard en de oorsprong van de attractieve eigenschap van binnenwater. Daarbij is uitgegaan van de hypothese, dat de betrokken eigenschap waarschijnlijk olfactorisch door de paling wordt waargenomen. De werking van een koolfilter wijst in ieder geval in de richting van in het water aanwezige stoffen, welke verwijderd kunnen worden. De olfactorische perceptie van deze stoffen is het meest voor de hand liggend. Teichmann heeft namelijk aangetoond, dat de paling een zeer gevoelig reukorgaan bezit. Uit dressuurproeven is gebleken, dat in optimale omstandigheden een concentratie van 1,766 molecuul betaphenylaethylalcohol per ml nog wordt herkend. Een dergelijke gevoeligheid wordt slechts overtroffen door enkele der meestgevoelige landmacrosmaten. De bouw van het reukorgaan is geheel in overeenstemming met deze grote gevoeligheid. Het onderzoek heeft zich in het begin speciaal gericht op het zoeken naar een geschikte methode om de betrokken stof of stoffen te isoleren uit het water. Hoewel Hasler aanneemt, dat bij Hyborhynchus notatus thermolabiele, vluchtige stoffen een rol spelen, is voor waterdieren vluchtigheid geen voorwaarde voor olfactorische perceptie( Ihle 1940, Hasler 1956, Teichmann 1959). In de eerste plaats is dan ook getracht, om met behulp van diverse typen filters de attractieve componenten uit het water te verwijderen. Zeer belangrijk voor het verloop van het onderzoek is het optreden van een periode van geringe bereidheid tot kiezen geweest. Een dergelijke periode vindt ook Teichmann in zijn dressuurproeven, waarbij hij een zeer sterke gevoeligheidsafname vindt voor Betaphenylaethylalcohol. De drempelwaardegevoeligheid voor deze stof loopt van 1,766 molecuul per ml water in de gevoelige tijd tot een waarde, welke ongeveer 106x zo hoog is in de ongevoelige periode. De overgang van gevoelig naar ongevoelig verloopt zeer snel. Het achterwege blijven van duidelijke reacties in de keuzeproeven en de resultaten van Teichmann hebben ertoe geleid, dat het geurstofonderzoek plaats heeft gemaakt voor een nadere studie van de ongevoelige periode. Verschillende onderzoekers maken melding van periodische verschijnselen bij de paling. Von Hagen(1936) vindt bij Anguilla vulgaris een jaarcyclus in de bouw van de schildklier en van de thymus. Teichmann(1959) en D'Ancona (1960) vermoeden een belangrijke rol van schildklierhormonen en trek bij de paling, evenals Sylvest(1931). Een seizoenswisseling in gedrag ten gevolge van wijzigingen in klierwerkingen of gecorreleerd met dergelijke wijzigingen is gevonden bij diverse vissoorten. Vooral de Driedoornige Stekelbaars en verschillende Zalmsoorten zijn onderzocht. Op grond van deze aanwijzingen is voor het onderzoek naar de ongevoelige periode gebruik gemaakt van Thyroxine, waarmee is getracht, de palingen een duidelijker reactie op binnenwater te doen vertonen. Van grote betekenis is daarbij de omstandigheid, dat vertebraten-schildklierhormonen sterk overeenkomen, mogelijk geheel identiek zijn. Enkele andere auteurs vinden een duidelijke invloed van de temperatuur op het gedrag van palingen. Bertin(1942) vermeldt, dat de paling een ongevoelige, inactieve periode doormaakt als gevolg van lage temperaturen, zonder daarbij experimentele resultaten te vermelden waaruit dit duidelijk blijkt. In dit onderzoek is getracht een eventuele temperatuursinvloed op de reactiebereidheid te onderzoeken.

Item Type: Thesis (Master's Thesis / Essay)
Degree programme: Biology
Thesis type: Master's Thesis / Essay
Language: English
Date Deposited: 15 Feb 2018 07:48
Last Modified: 15 Feb 2018 07:48
URI: http://fse.studenttheses.ub.rug.nl/id/eprint/10067

Actions (login required)

View Item View Item