Javascript must be enabled for the correct page display

De begrazing van de Grauwe gans (Anser anser) op Engels slijkgras (Spartina anglica) : een inventarisatie voor vervolgonderzoek naar de rol van Spartina anglica in het menu van de Grauwe gans op Schiermonnikoog

Wal, I.W.M. van der (1996) De begrazing van de Grauwe gans (Anser anser) op Engels slijkgras (Spartina anglica) : een inventarisatie voor vervolgonderzoek naar de rol van Spartina anglica in het menu van de Grauwe gans op Schiermonnikoog. Master's Thesis / Essay, Biology.

[img]
Preview
Text
Biol_Ma_1996_IWMvanderWal.CV.pdf - Published Version

Download (1MB) | Preview

Abstract

Sinds begin jaren negentig bezoekt de Grauwe gans gedurende de herfst en wintermaanden het Westfriese waddeneiland Schiermonnikoog. De Grauwe gans heeft een duidelijke voorkeur voor pioniervegetaties van ondiep, voedselrijk water met goed ontwikkelde bestanden van Scirpussoorten en Phalaris arundinacea. Daarnaast komen landbouwgebieden als voedselterrein in aanmerking, meestal in combinatie met Scirpusvelden. Op de strandvlakte van Schiermonnikoog is een beperkt gebied met Scirpus aanwezig waarvan vermoed wordt dat de capaciteit niet voldoende is om als een belangrijk fourageergebied voor de Grauwe gans te dienen. Verwacht wordt dat de rol van Scirpus in het dieet van de Grauwe gans voornameli jk door Spartina anglica is overgenomen. In het seizoen 1994/95 is naar aanwijzingen van begrazing door de Grauwe gans op S. anglica gezocht. Het onderzoek is met name bedoeld als een inventarisatie voor vervolgonderzoek. De Grauwe gans bevindt zich overdag voornamelijk op de kwelder tussen de derde en de vierde slenk. De nacht brengen de ganzen op de strandvlakte door. Overdag vliegen Grauwe ganzen geregeld van en naar de strandvlakte. Tussen de derde en de vierde slenk is S. anglica een veel voorkomende soort. In het gebied zijn begrazingssporen gevonden die er op wijzen dat S. anglica een voedselplant is voor de Grauwe gans. Het is echter niet gelukt de begrazing te kwantificeren. De begrazingssporen die gevonden zijn, zijn vooral in het hogere gedeelte van het gebied gevonden. De sporen bestaan met name uit losliggende stengels, bladeren en wortels wat een aanwijzing kan zijn dat voornamelijk het wortelsysteem door de Grauwe gans wordt benut. De voedingswaarde van een vegetatie wordt onder andere door het gehalte in wateroplosbare koolhydraten bepaald. Na bepaling van het gehalte in wateroplosbare koolhydraten in S. anglica blijkt deze vooral hoog te zijn in het wortelsysteem. Hierdoor kan het wortelsysteem uitermate geschikt zijn als voedingsbron. Tevens is gekeken of er andere belangrijke voedingsplanten voor de Grauwe gans zijn. Op de strandvlakte zijn sporen gevonden van begrazing op Scirpus. Het vermoeden is ontstaan dat de rol van Scirpus in het menu van de gans in mindere mate door S. anglica is overgenomen dan werd verwacht. Bij vervolgonderzoek is het belangrijk na te gaan waar S. anglica in het gebied wordt begraasd en wat de rol van Scirpus in het menu van de Grauwe gans is. Voor een begrazingsonderzoek is het belangrijk om de biomassa van een vegetatie te kunnen bepalen. De biomassa van S. anglica kan het beste via een niet destructieve methode worden bepaald, omdat het voor vervolgonderzoek belangrijk is de vegetatie in het onderzoeksgebied zo min mogelijk te beïnvloeden. Daarnaast groeit de plant in pollen waardoor het niet mogelijk is de biomassa monsters te relateren aan een groter oppervlak. Dit heeft tot gevolg dat de methode geschikt moet zijn voor het bepalen van de biomassa over grotere oppervlakten. In de herfst van 1994 is gekeken of de biomassa kan worden geschat met behulp van twee onafhankelijke variabelen, n.l. hoogte van de vegetatie en het geschat aantal stengels. Bij de bovengrondse biomassa is tevens de geschatte bedekking meegenomen. De spreiding in de biomassa van de monsters neemt sterk toe bij hogere waarden van de variabelen. De verklaring van de regressielijnen voor de gevonden biomassa is voor het bovengrondse materiaal goed (0.91 %) terwijl deze voor het ondergrondse materiaal een redelijke verklaring geeft (0.79%). De regressielijnen kunnen eventueel door vergroting van de steekproef en het meenemen van de geschatte bedekking worden verbeterd. De kans is echter klein dat met behulp van regressielijnen een goede schatting van de ondergrondse biomassa kan worden gemaakt.

Item Type: Thesis (Master's Thesis / Essay)
Degree programme: Biology
Thesis type: Master's Thesis / Essay
Language: Dutch
Date Deposited: 15 Feb 2018 07:48
Last Modified: 15 Feb 2018 07:48
URI: http://fse.studenttheses.ub.rug.nl/id/eprint/10117

Actions (login required)

View Item View Item